Cuba 2010, dag 16: Weer thuis

Het is alweer voorbij helaas, ik had best nog wat langer willen blijven genieten van de mooie delen van het land, de mojito’s en de mensen. Wie weet komen we nog een keer terug!

Wat is niet zal missen zijn de muggen, ondanks veelvuldig gebruik van deet.
Wat ik wel miste in Cuba was internet op mijn iPhone, blij dat alles het nu gewoon weer doet.

Cuba 2010, dag 15: De informatiemarkt

Het is de laatste dag van de vakantie, nog een keer geld halen want we moeten nog 25 CUC per persoon luchthavenbelasting en 25 CUC voor de taxi betalen.
Gisteravond kwamen we erachter dat toevallig vandaag een homoinformatiedag is. De dochter van Raoul Castro is een voorvechtster van gelijke rechten voor iedereen, en dus ook voor homo’s; daar is deze jaarlijkse happening drie jaar geleden uit voort gekomen. Leuk om hier tussen de gay Cubanen rond te lopen, en te zien dat men gewoon met rust gelaten wordt, al voelt het voor de Cubanen nog wel wat onwennig.

Enkele uren later zitten we in de taxi onderweg naar het vliegveld; een enorme regenbui barst los, de start van het regenseizoen. We gaan precies op tijd terug naar huis.

Zo veel tijd als het kostte om Cuba via de douane binnen gekomen, zo snel stonden we weer in de vertrekhal. Overigens goed uitkijken waar je loopt, overal op het vliegveld zijn lekkages; vuilnisbakken vangen her en der het water op, op andere plekken wordt flink gedweild. Kennelijk is er geen geld of materiaal voor een reparatie.

We zijn op grotere vliegvelden gewend aan de rijen met schermen met aankomst- en vertrektijden – hier staat welgeteld één scherm met wel acht vertrektijden.

Op tijd en zonder problemen vertrekken we richting Parijs.

Lees verder: Cuba 2010, dag 15: De informatiemarkt

Cuba 2010, dag 14: Uit het leven van een Cubaan

We hebben nog een paar losse eindjes in Havana: bezoeken aan de kathedraal, het plein van de revolutie, en een sigarenfabriek.

De kathedraal was wel aardig, ontzettend leuk was het bezoek aan het plein van de revolutie. Het is een enorm plein dat gewoonlijk leeg is; bij officiële gelegenheden staat het plein helemaal vol en stond Fidel Castro in zijn glorietijd zo’n drie uur de revolutie de hemel in te prijzen; zijn broer Raoul, de huidige leider, houdt het op een verhaaltje van een paar minuten.
Op het plein staat een monument waarin je naar boven kunt en waar je kunt genieten van een prachtig uitzicht over de stad; en dat hebben we uiteraard gedaan.

We waren te laat voor de sigarenfabriek en morgen, onze laatste dag in Cuba, zijn ze dicht; we zullen hiervoor nog een keer terug moeten naar Cuba.

Al wandelend kwamen we langs een voor Cubanen beroemd ijspaleis: Copelia. Het is een enorm groot complex waar alleen ijs wordt verkocht, we wandelen het terrein op en proberen te ontdekken hoe het werkt. Uiteindelijk kopen we een terrasje op waar je zo te zien ijs kunt krijgen maar we worden tegengehouden en naar een andere plek gestuurd; dat is een erg saai en stil standje waar toeristen een ijsje eten, dat willen we niet want we zitten veel liever tussen de Cubanen, dus lopen naar buiten het complex en gaan op zoek naar een andere ingang. We zien een rij en gaan erin staan. Na een kwartiertje zijn we bijna aan de beurt maar dan komt een bewaker aanlopen: deze ingang wordt gesloten. Jammer dan, iedereen die in de rij stond wordt geacht een nieuwe rij te zoeken.
We hadden al gelezen dat er een soort voorrangsgebied moest zijn voor CUC betalers, die proberen we te vinden; dat blijkt het saaie hoekje te zijn dat we al eerder zagen; sterker nog, we mogen niet eens in het andere gedeelte ijs eten, ‘solo national’. Het ijsje was wel lekker, al is de standaard in Nederland een stukje hoger.
Een beetje Cubaan gaat op zo’n ijsterras zitten en werkt twee tot vijf ijsjes weg met vijf bolletjes per ijsje! Dat mag dan ook wel als je hiervoor twee uur in de rij hebt gestaan.

Hoogtepunt van vandaag was toch wel dat we met Luis op stap zijn geweest. Zoals al eerder aangehaald komt een goede vriend van ons zo nu en dan in Cuba en hij heeft hier wat vrienden opgedaan waar Luis er één van is. Wij hebben vanavond een afspraak met hem.
Zoals verwacht is het leven in Cuba niet eenvoudig. Alles wordt door de staat geregeld, zo ongeveer iedereen heeft een gelijk laag loon, wat voor baan je ook hebt. Je hebt geluk als je iets met toeristen doet die je tips geven, dan kun je wat bijverdienen.
Er zijn kennelijk echt twee markten in Cuba, één gebaseerd op CUC’s en één gebaseerd op lokale pesos; officiële wisselkoers is 25 lokale voor 1 convertible pesos. Allerlei dingen die wij als goedkoop zien is voor Cubanen erg duur: een flesje water van 1 CUC zal een Cubaan nooit kopen; een blikje lokale Cola (tukola heet het hier) kost 0,55 CUC –  een Cubaan koopt dat voor 12 pesos en dat doen ze alleen als ze zichzelf ergens op willen trakteren.

Wij hebben in het begin van de vakantie twee uur in de rij gestaan voor een treinkaartje, Luis had bijna 7 uur gedaan over het kopen van een buskaartje. Dat soort dingen is hier normaal. En zo komen veel meer verhalen naar boven. Hoe kom je bijvoorbeeld aan een auto? Als je vanaf vroeger al een auto in de familie hebt dan blijft die in de familie; is er geen familielid meer over, dan vervalt de auto aan de staat.  Heb je geen auto in de familie dan moet je eerst sparen. Heb je geld dan moet je een verzoek indienen en aangeven waarom je een auto nodig hebt; en waar je het geld vandaan hebt. Wordt na lange tijd je verzoek goedgekeurd dan kom je waarschijnlijk op een wachtlijst.

Na het eten zijn we nog even naar een bekende uitgaansplek vlakbij de kust gewandeld, iedereen staat buiten een biertje of wat anders te drinken, of wandelen met hun drankje naar de kust. Daar staat altijd wel iemand muziek te maken, leuk!

Lees verder: Cuba 2010, dag 14: Uit het leven van een Cubaan

Cuba 2010, dag 13: De teleurstelling

Enkele dagen geleden hadden we de terugreis naar Havana geregeld bij het regelmannetje in het hotel. Ook hadden we hem gevraagd om hetzelfde hotel in Havana te regelen als waar we de eerste nachten geslapen hebben. We zaten erbij toen hij telefonisch de reservering maakte en hij een email adres noteerde waar waarschijnlijk de reservering naar toe gemaild moet worden; we hebben hem het hotel vooruit betaald.

De terugreis naar Havana had als enige opzienbarendheid dat we een flink aantal kilometers van de route afweken voor een tussenstop. Op lange ritten stopt de de bus een of twee keer voor wat eten, drinken en toiletbezoek, altijd bij een restaurantje aan de grote weg; dit keer niet dus, we gingen naar een restaurantje enkele kilometers van de grote weg af in een natuurgebied aan een meertje.

Eenmaal aangekomen in Havana, en na enig sleepwerk, komen we bij ons hotel. ‘No sir, we don’t have a reservation and we are full. But don’t worry, I will find you another hotel and you don’t have to pay anything!’. We hebben ons erg boos gemaakt, we hadden juist veel geld betaald voor dit hotel. Of we nou genaaid zijn door het regelmannetje of dat het papieren emailsysteem niet gewerkt heeft – ik weet het niet maar we zijn in een ander hotel terecht gekomen en die is bij lange na niet zo mooi als degene die we wilden.  Volgens het vrouwtje hadden we zelf enkele dagen vantevoren moeten bellen, maar wij dachten juist dat dat niet nodig was door het inschakelen van een een reisagent.

Het hotel mag dan een vier-sterrenhotel zijn, het is compleet vergane glorie. De kamers zijn op zich prachtig en groot maar ruiken niet fris, de balkondeur wil bijna niet open, er is nauwelijks geen warm water, de kofferjongen, die de kluis probeert uit te leggen, maakt de boel kapot, en probeert ons ‘s avonds aan hoertjes te helpen. Als klap op de vuurpijl zegt ‘ie ‘Why don’t you buy me a beer’. Nou vraag ik je…

Afijn, in de stad op het plein van de kathedraal lekker wat gedronken en op het balkon van een hotel wat gegeten; we hadden zicht op een modeshow die op het plein van de kathedraal werd gegeven. De ongemakken waren we weer snel vergeten.

Lees verder: Cuba 2010, dag 13: De teleurstelling

Cuba 2010, dag 12: De afrikanen

Yes, er is kennelijk een gaatje gevallen, we mogen nog een nacht op onze eigen kamer blijven. Later op de dag wordt duidelijk waarom het hier zo vol zit: er is een enorme bus met Fransen over het hotel uitgestort.

Voor de laatste keer deze vakantie ging de wekker, vanaf nu lekker uitslapen. De wekker ging omdat we om negen uur verwacht worden voor een uitgebreide tour in het gebied rond Viñales.
De tour brengt ons eerst naar hotel Jazmines die volgens onze gids het mooiste uitzicht van alle hotels heeft; het is inderdaad prachtig maar Vincent en ik zijn ervan overtuigd dat het uitzicht vanuit ons hotel, Ermita, echt mooier is – we zien iets minder van de mogotes (bulten in het landschap) maar hebben daarentegen wel een schitterend uitzicht over het stadje.
De volgende stop is een ‘prehistorisch’ schilderij tegen een rotswand, Fidel himself heeft hier opdracht voor gegeven – het waarom ontgaat mij. Daarna naar een tabaksplantage waar de eigenaar uitlegt hoe je sigaren maakt – dat hadden we gister ook al gehoord, maar dat geeft niet. Ik heb wat sigaren voor collega’s meegenomen.
Vervolgens naar een soort eerbetoon aan Afrikaanse slaven die naar Cuba gehaald zijn om te helpen in de tabaksplantages. Veel Afrikanen ontsnapten aan de Cubanen en verborgen zich in de grotten die hier aanwezig zijn.
Daarna naar een grot met als bijzonderheid dat er een rivier doorheen loopt. In de grot stap je in een bootje en vaar je weer naar buiten. Erg grappig.
De tour eindigt met een lunch en rond twee uur zijn we weer ‘thuis’.

Het was een rustige tocht vandaag, niet zo gezweet als gister; die van vandaag was een stuk toeristischer, her en der kon je allerlei drankjes proeven, uiteraard zo ongeveer allemaal met rum, en ondanks dat het proeven heet moet je het betalen. Verder stonden overal grote bussen die groepen vakantiegangers naar dezelfde attracties brachten.
Als ik moet kiezen vond ik de wandeltocht van gister uiteindelijk toch leuker.

In deze vallei wordt flink aan toerisme verdiend, als je optelt wat je allemaal betaalt en aan fooien geeft, en als je weet dat alles in CUC’s is, dan moet er voor de gemiddelde Cubaan hier veel geld te verdienen zijn. Wat mij betreft prima, men heeft niet voor dit systeem gekozen. Ik heb onze gids gevraagd wat men vindt van de revolutie die in 1959 heeft plaats gevonden en die Fidel Castro aan de macht heeft gebracht; haar antwoord was: niemand heeft nog iets met de revolutie, men wil verandering.
Ik hoop voor ze dat het snel komt.

Lees verder: Cuba 2010, dag 12: De afrikanen

Cuba 2010, dag 11: Kom je bij ons eten?

Aah, lekker uitslapen vanmorgen.
Gisteren hebben we bij het regelmannetje van het reisbureau, die bij ons hotel een kantoortje heeft, een wandeltocht voor vanmiddag geregeld. Hij raadde ons aan om die tocht vanochtend te doen omdat het dan nog niet zo heet is, maar dat betekende om kwart voor negen aantreden en daar hadden we geen zin in. Dus heerlijk uitgeslapen en na het ontbijt zijn we naar het dorpje Viñales gewandeld, een wandeling van twee kilometer bergafwaards. Daar hebben we geld gehaald (het blijft oppassen, het is elke keer zo op), koffie en weer twee kilometer naar boven naar het regelmannetje om de terugreis naar Havana, en de laatste twee nachten in hetzelfde hotel als de eerste nachten in Cuba, te regelen. Gelijk weer een gat in het net gehaalde geld geslagen, want dit moet uiteraard weer contant betaald worden. De bustocht van zo’n drie uur kost slechts 12 pesos, het hotel daarentegen 110 per nacht. Maar het is wel een van de mooiste, en mooist gelegen, hotels.
Nu nog even een nacht hier bijregelen, we hadden in eerste instantie maar 2 nachten betaald. Grote teleurstelling: het hotel vol! Het kan zijn dat er nog een afzegging binnen komt, hopen maar.

De wandeling begint uiteindelijk om vier uur ‘s middags met een gids en twee Franse meisjes. De gids is een erg aardige man, hij vertelt honderduit en leidt ons door een prachtig stuk landschap. Onder andere zien we een tabaksdrogerij en laat iemand ons zien hoe je een sigaar maakt. In staatsfsbrieken mag je dat niet fotograferen, hier wel.
Hij vertelt ook dat negentig procent van de oogst naar de staat gaat; van de rest van de tabaksbladeren mogen de boeren zelf sigaren maken en verkopen. Zo schijnt alles hier te gaan, ook bijvoorbeeld de groenteopbrengst wordt naar centrale distributiepunten gebracht en verdeeld. Zo krijgen staatsrestaurants (lees: toeristenrestaurants) een deel van de oogst toebedeeld, maar niet alle groentes. Spersiebootjes en paprika kom je in een restaurant niet of nauwelijks tegen, als je bij particulieren eet wel.

De gids vertelde ons ook dat Cuba een prima opleidingssysteem heeft, iedereen moet naar school en mag naar de universiteit; het gevolg is dat niemand meer op het land wil werken – dat is zwaar handwerk bij gebrek aan fatsoenlijke machines.

De wandeltocht ging langs allerlei velden waar groente en fruit verbouwd wordt en door een ‘gat’ in een berg naar de andere kant daarvan. Erg leuk. Ook hebben we onderweg melk uit een kokosnoot gedronken met een scheutje rum, honing en wat grapefruitsap.
Wel flink zweten deze tocht in de hete namiddag, maar dat geeft niet.

Toen we gister aan kwamen stonden vele, vele mensen ons op te wachten om ons onderdak te bieden, maar dat wilden wij dus niet. Één jongeman had dat goed door en zei dat we bij hem ook lekker konden eten. Vanochtend, onderweg naar de bank, kwamen we hem weer tegen en spraken af dat we om half negen op een bepaald punt zouden zijn.
Zo gezegd, zo gedaan. Hij woont met zijn familie een beetje achteraf en verhuurt twee kamers; ma kookt voor de gasten – en dat doet ze erg goed, een heerlijk visje, groente, rijst, zwarte bonen en fruit als toetje.
Vooraf kregen we nog een mojito, maar daar moesten we even op wachten: de muntblaadjes moesten eerst per fiets gehaald worden…

Lees verder: Cuba 2010, dag 11: Kom je bij ons eten?

Cuba 2010, dag 10: De vuurvliegjes

Helaas weer vroeg uit de veren voor onze busreis die zonder problemen verloopt; tegen half vijf zijn we in Viñales. Onderweg hadden we in de Rough Guide een hotel uitgezocht, eentje met een prachtig uitzicht over de vallei. Aangekomen op het busstation komen we bijna de bus niet uit, het staat vol met mensen die je proberen te lokken naar hun eigen casa particulares. Zo erg hebben we het nog niet meegemaakt, je kunt honderd keer zeggen dat je geen belangstelling hebt en dat je naar een hotel gaat maar ze blijven om je heen hangen.
Uiteindelijk verschijnt een taxi en zijn we van deze lui verlost.

De rit brengt ons twee kilometer buiten het dorpje; we hebben het hotel niet gereserveerd en moeten maar hopen dat er plek is. Dat is geen punt, het is laagseizoen en de prijzen zijn op hun laagst: de duurste tweepersoonskamer is 66 pesos. Aangekomen op deze kamer zijn we met stomheid geslagen, de Rough Guide had het al over een prachtig uitzicht, maar dit slaat alles: de vallei met Viñales als belangrijkste dorpje ligt werkelijk schitterend voor ons.

We regelen een paar tripjes voor de komende dagen en gaan eten bij het hotel, ook vanaf het terras van het restaurant is het uitzicht adembenemend en maken we de zonsondergang mee. Als het donker is zien we vuurvliegjes voorbij komen.

Wat zijn we blij dat we geen casa particares genomen hebben!

Lees verder: Cuba 2010, dag 10: De vuurvliegjes

Cuba 2010, dag 9: Zoek de Cubaan

Het plan is dat er hier in Varadero twee nachten blijven, morgen alweer weg richting Viñales, een plaatsje dat in een schitterende vallei moet liggen.
We gaan weer naar het busstation om kaartjes te kopen; er is geen directe bus, we krijgen een overstap in Havana. Dit is volgens de dienstregeling prima te doen.
Het vrouwtje van de busmaatschappij wil het wel voor ons regelen – maar dat gaat niet zomaar. Hier in Varadero heeft ze geen zicht op de bezetting van de bus Havana-Viñales en dus moet ze bellen. Na een stuk of wat pogingen lukt dat en gaat ze vier reserveringskaartjes aanmaken die grotendeels met de hand ingevuld moeten worden.

Het resort waar wij zitten ligt op een schiereiland met mooie stranden – al moet ik zeggen dat ik het strand bij Trinidad mooier vond. En het voelt echt alsof je hier op een eiland zit, alleen maar toeristen, geen Cubaan (uitgezonderd de bediening) te bekennen. Er zijn erg veel jongelui en die maken behoorlijk veel lawaai, in het zwembad en bij de bars; op het balkon van hun hotelkamers draaien ze luide muziek. De jongelui klinken als Amerikanen, maar die mogen hier vanwege de boycot eigenlijk niet komen – misschien is er voor hun een truuk om hier te komen, of het zijn gewoon geen Amerikanen.
Het complex is van alle gemakken voorzien: bars, restaurants, sportfaciliteiten, zwembaden en nog veel meer.

We brengen de middag op het strand door, ook al niet rustig want bij het strandbarretje staat een luidspreker bloedhard muziek te spelen.
Het is wel grappig dat je zoveel cocktails kan drinken als je wilt – het kost niks.

Nog een paar ongemakken: er is geen warm water in de douche, veel restaurants van het complex zijn dicht (waarschijnlijk vanwege het laagseizoen) en het barst van de muggen – blij dat we deet bij ons hebben.

Leuk om dit meegemaakt te hebben, blij dat ik morgen weer tussen de Cubanen zit!

Lees verder: Cuba 2010, dag 9: Zoek de Cubaan

Cuba 2010, dag 8: Het ziekenhuisbandje

Het vrouwtje van Léon is wat betreft de kamer niet duur: 40 pesos voor twee nachten, maar met twee keer ontbijt, een maaltijd, een paar biertjes en een fooi verdubbelt de prijs bijna.
Ach, we hebben hier een prima tijd gehad.

We hebben gekozen voor de middagbus naar Varadero – lekker rustig aan de dag beginnen. De bus vertrekt tegen drie uur en komt uiteindelijk rond negen uur ‘s avonds aan bij het busstation Varadero. Vandaar worden we voor een paar pesos met een pendel, die via alle grote hotels gaat, naar onze plaats van bestemming gebracht. Snel inchecken en naar het buffet dat om tien uur sluit.

Ik zit voor het eerst in een all-inclusive hotel, alle eten en drinken is inbegrepen. Je krijgt een polsbandje om dat me doet denken aan een ziekenhuispolsbandje; in dit geval mag je aan de bars en op het strand van alle voorzieningen compleet kosteloos gebruik maken. Hier gaan wij ons morgen mee vermaken.

Hoe brengen Cubanen hun dag door?
Uiteraard overdag werken en naar school, maar ‘s avonds is er weinig voor ze te doen. Veel mensen zitten tv te kijken die ze behoorlijk luid aan hebben staan. Deuren van huizen staan open, je kunt dan als het buiten donker is bij hun naar binnen gluren. Veel huizen zijn kleine hokjes waar alle meubilair dicht opeengepakt staat.
Buiten zie je hier en daar mannen bordspellen doen, kinderen spelen honkbal op straat; als ze geen bal hebben dan met bijvoorbeeld een flessendop.
Voetbalvelden (of sportvelden in het algemeen) zie je niet of nauwelijks, her en der een verdwaald basketbal- of honkbalveld.

Scholen zijn leuk om te zien, ze zitten vaak gewoon aan een straat en hebben de ramen open. Je kunt naar binnen kijken en een stukje van de les meemaken.

Vervoer is problematisch; auto’s zijn er maar weinig en die kun je in een paar klassen verdelen: de privé-auto, de staatstaxi’s en de huurauto’s.
Privé-auto’s zijn vaak ouderwetse amerikaanse jaren ’50 auto’s, meestal in een staat die wij wrak zouden noemen, maar men rijdt er gewoon mee. Sommigen zien er wat beter uit; ook zijn er die als privé-taxi gebruikt worden. Andere privé-auto’s zijn vaak lada’s, maar ook niet van deze tijd.
Staatstaxi’s variëren van oudere lada’s tot moderne westerse auto’s, voor de meeste Cubanen onbetaalbaar en vooral bedoeld voor de toeristen.
Huurauto’s zijn ook moderne westerse auto’s en hebben een rood nummerbord zodat ze goed te herkennen zijn; ze zijn alleen voor toeristen.

Er rijden treinen in Cuba, maar veel daarvan ook niet; inter-provincietreinen schijnen wel goed te rijden, lokale treinen kun je ongeveer vergeten: die rijden niet meer. Kaartjes kopen op zich is al een zware onderneming.

Busvervoer is er in meerdere smaken. Lokale bussen zijn zeer oude bussen geïmporteerd uit allerlei landen (ook uit Nederland) en zitten altijd stampvol. Inter-provinciale bussen zijn er in twee smaken: die voor Cubanen en die voor toeristen. De toeristenbussen zijn luxe bussen en rijden van grote stad naar grote stad; met zo’n lijndienst zijn we van Trinidad naar Varadero gereden.

Het eten van een Cubaan is niet echt gevarieerd, buitenlandse keukens kennen ze niet of nauwelijks. Bijna overal krijg je rijst met bonen als basis; vlees is kip-, varkens- of rundvlees zonder al teveel poespas met kruiden of bereidingswijzen; groentes en salades zijn ook niet erg gevarieerd. Maar het went snel en als je dan wat variatie krijgt dan is dat ook meteen lekker. Ook vis staat vaak op het menu, maar om een of andere reden eet je dat niet vaak.

Het eten hier op het resort is dan ook even schrikken – veel variatie, veel kruiden. En veel eten!

Lees verder: Cuba 2010, dag 8: Het ziekenhuisbandje

Cuba 2010, dag 7: De kapper

We ontbijten bij onze casa particulares Léon en zoals verwacht krijgen we een heerlijk en uitgebreid ontbijt; helemaal goed.
Daarna op weg naar het reisburootje alwaar de trip richting de waterval begint. Het eerste deel van de trip wordt op een vrachtwagen afgelegd; de laadbak is gelukkig met stoeltjes uitgerust, maar erg comfortabel is het niet, mede door de slechte staat van de weg. Onderweg in de bergen komen we een andere truck tegen zonder stoeltjes – hij is echt helemaal afgeladen met staande mensen, het had slechter met ons gekund.

Na een ritje van ongeveer drie kwartier komen we aan het begin van het natuurpark en onze reisleider gaat het gebruikelijke papierwerk afhandelen. Vervolgens nog ergens koffie en dan nog drie kilometer bergafwaarts wandelen richting de waterval. Met zijn dertienen leggen we de wandelroute af en compleet nat van het zweet komen we bij ons doel; er is een meertje, de liefhebbers kunnen er een duik nemen, het is liefst negen meter diep.

De weg terug is zwaarder: berg op. Nog bezweter dan we al waren komen we uiteindelijk weer boven en gaan we lunchen met de groep. Alweer prima eten.

Een heerlijke aktieve dag zo, we hebben niet de mooiste waterval van de omgeving gezien maar zijn wel lekker aan de wandel geweest.

Na een paar mojitos op het grote plein wandelen we naar huis en komen we langs een kapper. Vincent had in Nederland geen tijd meer gehad om zijn haar te laten knippen en was van plan dat hier te laten doen. We liepen langs de kapper en riepen dat we morgen langs zouden komen, maar dan zijn ze dicht – dus gelijk maar even dan. Eenmaal bezig met Vincent kreeg ik ook de vraag of ik geknipt moest worden; navraag leerde dat de prijs drie CUC’s zou zijn, dus nog geen drie euro. Ik ook in de stoel dus, en we zijn erg tevreden over het resultaat.

Ons vrouwtje heeft op verzoek om half acht ‘s avonds het eten klaar en ze dient het prachtig opgemaakt op; de kip smaakt prima – een mooie afsluiting van een heerlijke dag.

Lees verder: Cuba 2010, dag 7: De kapper

Cuba 2010, dag 6: CUP’s, CUC’s en strand

Ik begin de dag met hoofdpijn, de mojoto’s van gister breken me aardig op.

Ontbijten, inpakken, en koffers van de heuvel afzeulen naar huize Léon. Cubanen hebben meelij met ons als ze ons zien worstelen met de koffers op de smalle stoepen en de kinderhoofdjes; we worden her en der aangemoedigd.

We waren flink gewaarschuwd voor Cubanen die ons zouden aan gaan klampen om allerlei dingen aan ons te verkopen of mee te lokken naar hun huis om daar te logeren, of om ergens in een restaurant te gaan eten. Maar dat valt eerlijk gezegd nogal mee; ja je wordt inderdaad aangesproken maar als je Istanbul gewend bent, dan valt het best mee.

We moeten vooruit denken en wandelen naar een kantoortje van Cubatours. Daar regelen we een trip naar de bergen voor morgen en een busreis en hotel voor zaterdag want dan vertrekken we richting Varadero, het Mekka van de strandvakanties in Cuba. Alles moet cash betaald worden en we kunnen dus direct door naar de bank om weer geld te halen.

Over geld gesproken. Cubanen betalen in Pesos: buitenlanders doen dat ook, ware het niet dat dat andere Pesos zijn. De cubaanse heten CUP’s: Cuban Pesos, die van toeristen heten CUC’s: Cuban Pesos Convertibles, spreek uit: koek’s. Het is aan de ene kant een vaag gedoe, aan de andere kant word je overal als toerist herkend en moet je betalen in CUC’s. Ben benieuwd of Spanjaarden het voor elkaar krijgen te betalen in CUP’s. Één CUC is 25 CUP’s waard. Op straat word je regelmatig aangesproken door mensen die CUP’s willen wisselen voor CUC’s.

Er zijn geldautomaten in Cuba; niet veel en wat eruit komt zijn over het algemeen CUP’s, en daar kunnen we niks mee. Bovendien werken onze bankpasjes niet.
Als je geluk hebt kun je bij een bank met creditcard CUC’s kopen tegen een tarief van 1.10 US dollar per CUC; of je kunt contante euro’s inwisselen voor en tarief van ongeveer 85 eurocent per CUC. Als je geld opneemt moet je er wat tijd voor uittrekken, eerst moet je in een rij vóór het eigenlijke wisselkantoor, daarna word je bij een balie geholpen. Je geeft je creditcard en paspoort en dan weer wachten. Er wordt vanalles gecontroleerd en heel veel met de hand op de bonnetjes geschreven; maar het komt allemaal goed. Wissel je euro’s in dan worden zelfs de serienummers van de bankbiljetten opgeschreven!
Het leven in Cuba is, ook gerekend in CUC’s, een stuk goedkoper dan in Europa, maar verwacht niet dat je voor een schijntje op vakantie kunt, de bedragen lopen toch wel op.

Vrijwel alles moet je cash betalen, bijna nergens worden creditcards of buitenlandse valuta geaccepteerd. Dus ook hotelreserveringen en bustochten worden vooraf cash betaald. En overal word je op het hart gedrukt de bonnetjes die je krijgt heel goed te bewaren, het is je betalingsbewijs en je zult het moeten tonen bij bijvoorbeeld het inchecken in een hotel. Het computertijdperk is hier nog lang niet aangebroken.

Na dit alles zijn we per taxi naar het strand gegaan, lekker een paar uur onder de parasol bij de zee wegmaken. De zee is trouwens uitzonderlijk warm, ik kan me niet herinneren eerder in zo’n warme zee gezwommen te hebben.
De taxichauffeur vroeg ons hoe lang we bij de zee wilden blijven, hij wil ons graag weer ophalen. We vinden dat prima.

Ons was ook aangeraden te gaan eten bij ‘the fat lady’, een restaurant bij particulieren (paladar heet zo’n particulier restaurant). Na enig zoeken, tijdens een regenbuitje notabene, vinden we restaurant Estela, kloppen aan en mogen naar binnen. Er is een tafeltje vrij en we kunnen gelijk aanschuiven; nog geen 10 minuten later zitten mensen te wachten tot een tafel vrij komt, het blijkt hier erg populair te zijn en terecht: het eten is hier, zeker voor Cubaanse begrippen, uitstekend. Dit restaurant staat in toonaangevende gidsen als de Rough Guide en de Lonely Planet.

Lees verder: Cuba 2010, dag 6: CUP’s, CUC’s en strand

Cuba 2010, dag 5: Sietse en Vincent – vader en zoon

We doen het rustig aan vandaag, extra verblijf regelen, wandelen door de stad, op een toren klimmen en ergens in de stad wat eten.

Een goede vriend van Vincent is al een aantal keren naar Cuba geweest en raadde ons aan bij casa particulares Léon een paar nachtjes te gaan slapen; je bent dan bij particulieren die een kamer verhuren. We hebben Léon opgezocht en gevonden, en mede omdat het laagseizoen is kunnen we daar voor 20 pesos terecht, een kwart van de prijs van ons huidig hotel. We hebben nog één nacht in ons huidig hotel, morgen verhuizen we.

In het centrum van de stad staat een gebouw met een torentje; met enige moeite beklimmen we de zeer smalle trap en doorgang naar boven en genieten van het prachtige uitzicht. Trinidad is echt een prachtige stad, veel mooie kleuren en veel aardige mensen; als je in Cuba bent dan moet je ook naar Trinidad.

Vincent had een alternatieve route gevonden vanuit de stad naar het hotel. Onderweg worden we door een jongeman aangesproken en hij vraagt of wij een euro hebben voor zijn muntenverzameling. Ik had er wel een bij me maar hield me op de vlakte.
Hij liep verder met ons mee, gaf wat aanwijzingen voor de route en vroeg op een gegeven moment of ik de vader van Vincent was, of dat we amigo’s waren. Dat is de tweede keer dat ik als vader van Vincent word aangezien, in Nepal gebeurde me dat ook al, en dat terwijl Vincent twee jaar ouder is dan ik!
Magoed, wij zeiden amigo’s en toen kwam de vraag of wij gay amigo’s waren. Dat bevestigden we niet omdat we niet wisten waar hij met dit gesprek heen wilde, en even later verdween hij.

Een stuk verder op de route was hij er weer – en begon hetzelfde vraag- en antwoordspelletje. Hij had wel door dat wij een stelletje waren en toen we langs een grot liepen nodigde hij ons uit om mee naar binnen te gaan, hij was al bezig zijn rits open te maken… We zijn maar snel doorgelopen.
Het trieste voor deze jongen is wel dat homosexualiteit nog niet echt geaccepteerd is in Cuba, het was op zich al erg moedig van hem dat hij dit spelletje aandurfde.

Het hotel heeft een zwembad en daar gaan we eens lekker van genieten. Gister was het erg stil rond het zwembad, maar vandaag neemt het aantal gasten gestaag toe – heel veel Nederlanders. En we drinken heel veel cocktails.
Dit keer niet eten in het hotel, we gaan de stad in en komen bij een particulier restaurantje terecht dat niet door de staat gereguleerd lijkt te zijn. Het was een gouden greep, prima eten en een lekker wijntje.

Lees verder: Cuba 2010, dag 5: Sietse en Vincent – vader en zoon

Cuba 2010, dag 4: De jaren ’50 taxi

Vroeg op en met de bus onderweg naar Trinidad. We reizen per luxe, door de staat geregelde, van airco voorziene touringcar. De rit gaat behoorlijk vlot over de enige autosnelweg van het eiland – vooral door gebrek aan ander verkeer. Ook binnenwegen leveren geen vertraging op, de busreis duurt vijf en een half uur inclusief 2 stops.
Langs de kant van de weg staan veel lifters, ook onze chauffeur neemt zo nu en dan een paar mee; andere lifters belanden onder andere op trucks. De bussen voor bewoners zijn geen pretje: oud materiaal, heet, stampvol. Sommigen komen uit Nederland en hebben als bestemming nog Nederlandse haltes, bijvoorbeeld Dortse Kil, Amersfoort en Ridderkerk; ons afgedankt materiaal rijdt hier dus gewoon nog.

Tijdens de rit heb ik genoten van het Cubaanse landschap, het is veel groener dan ik had verwacht in deze hitte (het is elke dag boven de dertig graden); het regent genoeg kennelijk. Her en der zie je boerderijen; in de tweede helft van de rit, weg van de snelweg, kom je door allerlei dorpjes waarin je vaak kleurrijke huisjes ziet. Zoals gezegd heb ik me prima vermaakt met het uitzicht.

Ons was beloofd dat we voor de deur van ons hotel afgezet zouden worden, maar dat bleek niet waar, we werden er voortijdig uitgezet. Behulpzame taxichauffeurs wilden ons graag brengen, we gingen met een oude Amerikaanse auto mee – iets wat absoluut op mijn verlanglijstje stond. Niet dat dat comfortabel is – het is snikheet in zo’n ding en de achterraampjes kunnen niet open. Airco? Niet in de jaren ’50.
Bij het hotel aangekomen het volgende probleem: we hadden niet over de prijs onderhandeld voordat we vertrokken met de auto, dat werd dus dokken. Eerst dik vijf uur met de bus voor 25 pesos per persoon, nu voor een paar minuten auto er 3 per persoon bij. Ach ja.

Het hotel is uitstekend, het ligt op een helling met prachtig uitzicht over Trinidad, tot aan de zee. We hebben nog een kort bezoekje gebracht aan de stad; eten doen we bij het hotel – we hebben het toch inclusief eten betaald.

Lees verder: Cuba 2010, dag 4: De jaren ’50 taxi

Cuba 2010, dag 3: Treinkaartjes kopen

Computers in het dagelijks leven in Cuba bestaan niet. Hotels hebben her en der een internet pc, maar verder is alles handwerk, bonnetjes schrijven en benadrukken dat het papiertje dat je krijgt, waanzinnig belangrijk is en dat je het goed moet bewaren.

Eerst geld halen, dat kan op een beperkt aantal plaatsen. Ik bestel 250 pesos met mijn creditcard, het bankmeisje gaat aan de slag met mijn kaart en paspoort, vult vanalles in, roept er iemand anders bij ter controle en even later krijg ik mijn geld. De 250 pesos kosten ongeveer 279 dollar.
Geldautomaten? Ze bestaan maar niet of nauwelijks voor toeristen.

We willen morgen met de trein naar Cienfuegos, niet ver van Trinidad, dus lopen we naar het treinstation. Tot onze verbazing hangt nergens een dienstregeling en zien we ook geen balies waar je kaartjes kunt kopen. Stom van ons natuurlijk – kaartjes koop je niet op het centraal station maar in een bijstation ergens verderop.
We vinden het en gaan in de rij bij balie 2. Achter ons zitten veel mensen op bankjes, de reden ontgaat ons volledig, dit is een verkooppunt, hier vertrekken geen bussen of treinen.
Na een tijdje wachten worden we plotseling gestuurd naar balie 4. Daar gaan we staan op een plek waar volgens ons de rij is; achteraf denk ik dat we verkeerd stonden, we werden links en rechts ingehaald. Er ontstond zelfs ruzie om ons heen, mede veroorzaakt door een medewerker van het verkooppunt die oreerde dat maar 1 persoon tegelijk mij de balie mocht staan. Er ontvlamde een verhitte discussie die wij maar aan ons voorbij lieten gaan (al was het maar omdat we er geen woord van verstonden), maar het probleem was niet weg: wij werden niet geholpen. De man achter de balie was continu tickets aan het schrijven; ja echt schrijven – de hele dag door tickets schrijven en stempelen.
Na een uur of twee daar dicht op de balie gestaan te hebben krijgen we aandacht en bestellen twee treinkaartjes naar Cienfuegos. De man achter de balie kijkt ons verstoord aan en zegt dat we een gebouw verderop moeten zijn…..

Dat gebouw verderop is inderdaad iets aannemelijker, er is een spoor, en er zijn balies waar Trinidad bij staat. Op zich vreemd want de trein komt helemaal niet in Trinidad. Dus verder zoeken en even later vinden we balies waar je kaartjes kunt kopen naar Cienfuegos; alleen komen we er niet in want we worden tegen gehouden door een veiligheidsbeamte. Blijkt dat je kaartjes alleen op de dag zelf tot één uur van tevoren kunt kopen, in ons geval tussen 5:00 en 6:30 want onze trein vertrekt om 7:30.

Tijd om deze optie achter ons te laten; we gaan naar een Infotur winkeltje, een soort reisburo van de staat. We kunnen morgen voor ongeveer 25 euro per persoon met een bus bijna van deur tot deur reizen; vertrek 8:30, een iets fijnere tijd. We regelen er ook gelijk een hotel bij, het enige officiële toeristenhotel in Trinidad. Helaas is al het eten inclusief, kan niet anders; toch maar geboekt want het is desondanks goedkoper dan het huidige hotel.

Eten doen we vanavond bij een Libanees restaurant, lekker gekruid.

Lees verder: Cuba 2010, dag 3: Treinkaartjes kopen

Cuba 2010, dag 2: De ontbijtpapegaai

Ons hotel is vroeger een landhuis geweest, en verbouwd tot  toeristenhotel. De kamers zijn statig en groot; er is een soort  openlucht binnenplaats en daar wordt het ontbijt geserveerd. We hadden  al gelezen dat Cubanen geen geweldige koks zijn en dat klopt wel, geen  bijzonder ontbijt: wat droog stokbrood en een omelet. Zout is er maar geen peper, Cubanen doen heel weinig met specerijen.

Grappig is wel dat een papegaai gezellig bij je tafel komt zitten op  de leuning van een stoel (en zomaar uitwerpselen op de zitting  deponeert). Vrouwen mogen hem aaien, als een man dat probeert wordt  ‘ie boos.

We wandelen rustig wat door de buurt, prachtige pleinen en  verwaarloosde gebouwen wisselen elkaar af, er is duidelijk onderscheid  tussen wat voor toeristen bedoeld is en wat voor Cubanen. We hebben  het Capitool bekeken, zijn door de hoofdwinkelstraat Obispo gewandeld,  aan zee geweest en hebben op het plein bij de kathedraal een mojito  gedronken.
Je moet je niet teveel bij de winkelstraat voorstellen, er zijn geen  bijzondere dingen te koop. Ik wilde nog een geheugenkaartje kopen voor mijn fototoestel maar dat kan ik vergeten. Grotendeels lege schappen,  in welke winkel dan ook, is erg normaal.

Ik sta op foto-ransoen, gezien de hoeveelheid ruimte die ik heb mag ik 60 per dag maken.

Lees verder: Cuba 2010, dag 2: De ontbijtpapegaai

Cuba 2010, dag 1: Inflight non-entertainment

Vandaag reizen we naar Cuba. Aswolken zijn verwaaid en we vertrekken  op tijd richting Parijs waar we drie uur moeten wachten op de aansluiting  naar Havana.
De vlucht van Parijs naar Havana duurt zo’n negen en een half uur en  gaat over een afstand van 7750 kilometer. Eenmaal in de lucht in de  Boeing 777 proberen we de inflight entertainment die film-on-demand  belooft, maar nee, continu meldingen dat alle kanalen bezet zijn. Ook  omschakelen van Frans- naar Engelstalige menu’s van het systeem lukt meestal niet;  verder springt het scherm regelmatig naar kanalen waar je niet om  gevraagd hebt. Compleet waardeloos.

Maar we komen verder probleemloos in Cuba aan; de volgende hindernis  wordt de douane. We staan ongeveer een uur in de rij voor we op de  foto mogen bij de douane-juffrouw, die bovendien het paspoort en het  visum heel precies controleert; vervolgens naar de volgende hindernis:  het invullen van de gezondheidsverklaring. Vooral invullen dat je  nergens last van hebt en niet bij een hoestend iemand in de buurt bent  geweest.
Volgende hindernis: je bagage vinden. Er zijn twee bagagebanden en  beide zijn te klein, koffers worden eraf gehaald en in de hal  neergezet. Op zoek dus, maar die van ons stonden er niet tussen,  gelukkig verschenen ze even later op een van de banden.

De avond is ondertussen ingevallen als we met een bus van het reisburo  naar ons hotel gebracht worden. Je wordt niet vrolijk van de busrit,  het is donker en straten zijn nauwelijks of slecht verlicht. En dat wat je ziet is erg troosteloos.
Eerst worden andere passagiers bij hun hotel afgezet, wij zijn de  laatsten en moeten bovendien een eind lopen want de bus kan niet bij  ons hotel komen. Wij zaten al te denken: waar komen we nou weer  terecht, maar dat pakte erg goed uit. We zitten in een prachtige buurt  van Havana die voor alle verkeer afgesloten is. Het hotel is  uitstekend, inclusief onze kamer.

Nog even het plein op voor een mojitootje en luisteren naar Cubaanse  muziek – overal spelen bandjes.

We zijn nu echt op vakantie!